Auteur: Claudia

Stofadjectieven

Een adjectief noemt een kenmerk of een eigenschap van een substantief: klein, rood, koud, snel. Een subcategorie binnen de adjectieven is die van de stofadjectieven. Deze noemen de stof of het materiaal waaruit het substantief …

Negatiewoorden

De twee belangrijkste alternatieven voor een ontkenning in het Nederlands zijn geen en niet. In dit artikel kun je lezen wanneer je geen en wanneer je niet gebruikt. Daarnaast kent het Nederlands de volgende negatiewoorden: …

Verba van positie

Het werkwoord zijn kan worden gebruikt om een fysieke positie van een persoon of een voorwerp aan te geven: ‘Hij is deze week in Oslo’ en ‘Ik weet niet waar mijn sleutels zijn’. Vaak wordt …

Participium presens

Het participium presens geeft aan dat een handeling aan de gang is. Het wordt gevormd door -d of -de achter de infinitief te plaatsen, bijvoorbeeld lopend(e), lezend(e), zingend(e), fluitend(e). 1 Fluitend rent hij naar de …

Het possessief pronomen

Een possessief pronomen drukt een bezitsrelatie uit. Een persoon, dier of instantie is de eigenaar van iets. Dat ‘iets’ is vaak een substantief. Possessieve pronomina worden meestal adjectivisch gebruikt (mijn fiets, zijn eten), maar ze …

Het substantief

Een substantief is een woord dat een zelfstandigheid aangeeft. Deze zelfstandigheid kan een persoon zijn, maar ook een ding, een dier, een plant, een stad, een toestand, een handeling, een eigenschap, een gebeurtenis, en een …

Het relatief pronomen

Een relatief pronomen verbindt twee zinnen met elkaar. In de ene zin wordt extra informatie gegeven over een persoon, een object of een locatie uit de andere zin. De zinnen ‘De paraplu heeft mooie kleuren’ …

De imperatief

Eén van de vormen die een Nederlands werkwoord kan aannemen is de imperatief of gebiedende wijs. Deze vorm komt vaak voor in korte zinnetjes om onder andere instructies en bevelen te geven: ‘Snijd de tomaat …

Het adjectief

Een adjectief noemt een kenmerk of een eigenschap van een substantief: klein, rood, koud, snel. In dit artikel lees je wanneer je in het Nederlands een buigings-e achter een adjectief moet zetten. De nieuwe fiets …

‘De’ of ‘het’?

Het Nederlands heeft twee bepaalde artikelen: ‘de’ en ‘het’. ‘De’ wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke woorden, en ‘het’ voor onzijdige woorden. Een bepaald artikel staat voor het substantief waar het bij hoort: de stoel; …